VICTOR J ZAMMIT
A Lawyer Presents the Case for the Afterlife
.

.

The Book

<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter>>

19. Wetenschap en (geest-)verschijningen

'Zoals de oude Grieken heb ik een psychomanteum ontworpen, waar mensen naartoe kunnen gaan om de geesten van overledenen om raad te vragen. Het was duidelijk dat met voldoende voorbereiding mensen (geest-)verschijningen van overleden geliefden konden zien… in plaats van een therapeut vertellen over hoe ze zich voelden over het verlies van een echtgenoot of een kind konden ze rechtstreeks praten met hun geliefden.'
Raymond Moody

Het zien van een (geest-)verschijning—een vorm van een persoon die niet fysiek aanwezig is—is consistent met het argument dat we allemaal de fysieke dood overleven. Objectief bewijsmateriaal voor (geest-)verschijningen wordt gewonnen door studies van de gebeurtenissen en (geest-)verschijningen en die in een laboratorium zijn “opgewekt”.

Een veel voorkomend fenomeen

(geest-)Verschijningen zijn een terugkerend thema in de folklorische literatuur van alle landen vanaf het begin van de geschiedenis. Ze zijn wetenschappelijk bestudeerd sinds 1882 en de resultaten hebben consistent laten zien dat ze zeer vaak ervaren worden. (Currie 1978: 17 Bayless 1973: 17).

Het eerste systematische onderzoek naar (geest-)verschijningen werd gedaan door de “Englisch Society for Psychical Research” in 1882. Het resultaat werd belichaamd in Phantasms of the Living door Myers, Podmore en Gurney. Een verder, en veel gedetailleerder internationaal onderzoek ging van start in 1889. Tweeëndertigduizend meldingen van (geest-) verschijningen werden ontvangen/gerapporteerd, hiervan waren 17.000 in het Engels. Het rapport dat werd gepubliceerd in 1894 vult bijna het hele Volume X van de Society for Physchical Research Proceedings (Maatregelen).

Verdere studies door de American Society for Psychical Research [http://www.aspr.com/] en door de Franse onderzoeker Camille Flammarion die duizenden zaken bij elkaar verzamelde in zijn boeken The Unknown (1900 Harper en Brothers in Londen en New York) en Death and Its Mystery (1925) kwamen ook tot de conclusie dat communicatie na de dood een veel voorkomend en wijd verspreid fenomeen is.
In 1973 werd door een socioloog van de Universiteit van Chicago een testgroep van 1467 Amerikanen gevraagd of ze ooit gevoeld hadden dat ze contact hadden met een overledene. Zevenentwintig procent zei dat ze dit hadden gevoeld (Greenley 1975). Een zelfde onderzoek werd gedaan in IJsland (Haraldsson et al 1976)hierbij was de conclusie dat 31 procent met “ja” antwoordde.

Dr. W.D. Rees, een Britse arts kwam tot de conclusie dat bij een groep weduwen uit Wales, 47 procent dergelijke ervaringen had—vaak gedurende een aantal jaren—die hen overtuigde van het feit dat hun overleden echtgenoten contact met hen hadden gehad (Rees 1971: 37-41). Een eerder experiment in Groot Brittanië door Dr. P. Marris (1958) kwam op een percentage van 50 procent.

De studie werd herhaald in Canada door Dr. Earl Dunn (1977: 121-122) die ook ontdekte dat 50 procent van weduwes en weduwnaren deze contacten hadden beleefd. Veel van deze mensen dachten dat ze gek werden en hadden deze ervaringen niet eerder gemeld omdat ze bang waren dat mensen hen niet zouden geloven.

Kinderen die sterven maken meestal contact

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat een zeer hoog percentage van ouders die kinderen hebben verloren kunnen verwachten dat ze hun kinderen binnen een paar maanden na de dood van het kind, het weer kunnen horen of zien en dat dit grote troost gaf.
Dr. Melvin Morse, een kinderarts die uitgebreide studies heeft gedaan naar dood en sterven, beweerd dat dit zo vaak voorkomt dat het zeldzaam is als iemand een kind verliest en deze niet weer ziet of hoort (Morse 1994: 135).

Geen hallucinaties

Er zijn veel redenen waarom deze verschijningen niet beschouwd kunnen worden als hallucinaties of als het product van het onderbewustzijn, of omdat mensen het gewoon zo graag willen.

1. De normaliteit van de getuigen.

In de meeste gevallen was de persoon in kwestie in een absoluut normale mentale staat, vrij van shock, stress of opwinding. Ook waren de ervaringen totaal onverwacht en ze vonden plaats in een bekende omgeving. De getuigen waren ook niet mediamiek of telepathisch—het was zeldzaam dat getuigen verklaarden dat ze meer dan één of twee dergelijke ervaringen in een leven hadden (Tyrrell 1963: 23). In veel gevallen waren de getuigen wetenschappelijk getrainde mensen met een hoge geloofwaardigheid.

2. Objectieve fenomenen

Het voorkomen van een (geest-)verschijning gaat vaak gepaard met tastbare fysieke verschijnselen zoals het bewegen of breken van objecten en geluiden zoals voetstappen die op band zijn vastgelegd. (geest-)Verschijningen zijn gerapporteerd met een schaduw, met reflectie in een spiegel, omgooien van meubels, het achterlaten van een geur, samengevat laten ze alle eigenschappen van een echte entiteit zien.

Soms laten de (geest-)verschijningen zelfs voorbeelden van hun handschrift achter. Elisabeth Kübler-Ross, een begaafde dokter die pionier was in de studie naar sterven en dood gaan, beweerde dat een voormalig patiënt van haar verscheen toen ze erover dacht om te stoppen met haar werk. De vrouw, Mrs.Schwartz kwam bij haar in de lift en begeleide haar naar haar kantoor waar ze vertelde dat ze niet moest stoppen met haar werk in dood en sterven. Kübler-Ross dacht dat ze hallucineerde want de vrouw, Mrs. Schwartz, was tien maanden daarvoor gestorven. Maar toen ze vroeg om een datum en handtekening op te schrijven deed ze dit voordat ze verdween (Kübler-Ross 1997: 178).

3. Gezien door meerdere mensen.

Veel van de geregistreerde gevallen zijn gezien door meerdere mensen. Bijvoorbeeld in een geval dat is onderzocht door de Society for Psychical Research, negen mensen die in een huis in Ramsbury in Engeland woonden zagen de (geest-)verschijning van een man die 10 maanden daarvoor was gestorven, zowel afzonderlijk als gezamenlijk van februari tot april. Hij was vooral vaak gezien naast het bed waarin zijn stervende weduwe lag met zijn hand op haar voorhoofd en hij was soms tot een half uur achter elkaar zichtbaar. (Holzer 1965: 52-56).

Professor Hart beweert in zijn boek The Enigma of Survival (1959) dat tussen éénderde en tweederde van alle (geest-) verschijningen worden gezien door meerdere mensen, en dat ze door iedere toeschouwer verschillend worden gezien in overeenkomst met het juiste perspectief.

4. Informatie doorkrijgen die niet bekend is bij de toeschouwer.

In veel gevallen geeft de persoon die verschijnt informatie door aan de toeschouwer over hoe hij/zij is gestorven, hun begraafplaats of andere informatie die niet bekend is bij de toeschouwer. In een bekend geval dat geaccepteerd is door het Amerikaanse gerechtshof—De Chaffin Testament zaak—een vader die was gestorven verscheen en vertelde een zoon van hem hoe hij zijn testament kon vinden.

In sommige gevallen verschijnen mensen klaarblijkelijk met als doel het redden van geliefden van gevaar. Dit overkwam Elaine Worrell die samen met haar man Hal op de bovenste verdieping van een flat woonde in Oskaloosa in Iowa. Op een dag zag ze een jonge man in haar hal die haar naar beneden begeleide naar het appartement van een jonge weduwe die ze nauwelijks kende. Ze vond de jonge vrouw ineengestort op haar bed met doorgesneden polsen. Nadat ze was hersteld liet de jonge vrouw een foto van haar overleden man zien; Elaine herkende hem onmiddellijk als de jonge man die haar naar beneden leidde naar het appartement van de jonge weduwe (Holzer 1963: 138-141)

(geest-)Verschijningen bij het sterven

Een groot aantal gevallen van (geest-)verschijningen hebben betrekking op iemand die recent gestorven is en bij één of meer geliefden verscheen om van zijn dood te vertellen. In veel gevallen was de dood onverwacht en later werd vastgesteld dat ze vlak voor de (geest-) verschijning waren gestorven.

Verschillende gedocumenteerde en bevestigde voorbeelden van verschillende studies:

• het geval van tweede Luitenant Leslie Poynter die was gesneuveld. Om 9 uur s’avonds op de avond van zijn dood verscheen hij bij zijn zuster in Engeland, hij liep haar slaapkamer binnen, boog voorover en kuste haar waarna hij lachend uit het zicht verdween. Pas twee weken later ontving de familie een telegram die ze vertelde van zijn dood eerder op de dag dat hij verscheen ( McKenzie 1971: 116-117 ).

• Het geval van Mrs. Pacquet wiens broer Edmund verscheen 6 uur nadat hij was verdronken op zee, hij liet haar zien hoe hij door een touw om zijn benen werd gepakt en overboord werd getrokken (Cited in Rogo 1974: 16-17).

• In het geval van Mrs. Gladys Watson die werd gewekt uit een diepe slaap door iemand die haar naam riep. Toen ze wakker werd zag ze de grootvader van haar man die haar zei “Wees niet bang, ik ben het, ik ben net gestorven”. Toen ze haar man wakker maakte geloofde hij haar niet en hij belde naar de familie van wie hij hoorde dat zijn grootvader minuten daarvoor was gestorven (Spraggett 1975: 45-46).

Dood-pacten

Volgens Benneth (1939: 282) bestaat ongeveer 1 op de 20 zaken in de bestanden van de Society for Psychical Research uit zogenaamde dood-pacten, waarbij twee mensen elkaar beloven dat degene die eerst sterft zal proberen te verschijnen aan de ander. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat een groot aantal van deze afspraken is vervuld waaronder:

• De zaak van Lord Brougham, een Engelse leeftijdgenoot die op reis was in Zweden. Hij zag opeens een verschijning van een vriend van de universiteit die hij al jaren niet had gezien of aan had gedacht. Later ontving hij een brief waarin stond dat zijn oude vriend gestorven was in India op het moment van de verschijning. Toen ze beiden nog op de universiteit zaten hadden de twee vaak gespeculeerd over het leven na de dood en ze hebben toen een overeenkomst bedacht waarbij degene die het eerst zou overlijden aan de ander zou verschijnen (Cited in Johnson 1971: 198-199).

• Mrs. Arthur Bellamy van Bristol, die eenzelfde overeenkomst sloot met een schoolvriendin die ze al jaren niet had gezien. Één nacht nadat deze vriendin was overleden is een vrouw gezien door Mr. Bellamy, zittend op het bed naast zijn slapende vrouw. Hij identificeerde haar later aan de hand van een foto als deze vriendin (Bennett 1939: 131-132).

(geest-)Verschijningen in het laboratorium

Dr. Raymond Moody, die bekend werd door zijn pionierende onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen, werkte aan een manier om (geest-)verschijningen “op te wekken” in een laboratorium in een gecontroleerde omgeving. Hij gebruikte als voorbeeld klassiek werk van de Oude Grieken die suggereerden dat mensen als ze dat wilden contact konden maken met overleden geliefde(n) door een Orakel te raadpleegden bij een psychomanteum.

Een psychomanteum is een speciaal gebouwd laboratorium met spiegels die het psychische proces helpt tot stand te brengen. Een deel van het psychische proces bestaat uit het zenden van telepathische boodschappen, het zenden van trillingen, naar de gewenste ontvanger in het leven na de dood.

Moody reconstrueerde het proces met verbluffende resultaten—85% van zijn cliënten die een hele dag voorbereiding hadden ondergaan maakten contact met hun overleden geliefde(n)—maar niet iedere keer degene die ze wilden ontmoetten. In de meeste gevallen gebeurde dit in het psychomanteum maar in 25% van de gevallen gebeurde het later bij hen thuis—vaak werd de cliënt wakker en zag de verschijning aan het voeteneind van het bed (Moody 1993: 97).

Het psychomanteum fenomeen staat nog steeds in de kinderschoenen maar het verspreid gestaag in Amerika. Mensen worden getraind om psychomanteums te facilliteren. Één van de meest spannende aspecten van dit alles is de kans om de resultaten objectiever te maken. Volgens Dianne Arcangel, een medewerker van Dr. Moody, wordt in sommige gevallen waarbij contact wordt gemaakt informatie doorgegeven die niet bekend was (Arcangel 1997). Het potentieel is enorm en het proces wordt steeds meer verfijnd.

Alle cliënten van Dr. Moody zijn ervan overtuigt dat het geen hallucinatie is—er is een sprake van duidelijke tweezijdige communicatie, in sommige gevallen zelfs fysieke aanrakingen. Moody zelf spreekt zijn verwondering uit dat:

Het werd duidelijk dat de visionaire reünies ervaren werden als echte gebeurtenissen, geen fantasieën of dromen. Tot nu toe hebben alle cliënten stellig verklaard dat hun ontmoetingen volledig echt waren en dat ze feitelijk in de levende aanwezigheid waren van geliefden waren (Moody 1993: 97).

Hij voegt hier nog aan toe dat alle indicaties erop wijzen dat de personen in kwestie een paranormale gebeurtenis hebben ervaren die, net als bij een Bijna Dood Ervaring, hun hele kijk op het leven veranderde en dat ze door deze ervaring(en) aardiger, begripvoller en minder bang voor de dood werden (Moody 1993: 98).

Moody geeft volledige instructies over hoe je zelf een psychomanteum kunt maken in zijn boek Visionairy Encounters with Departed Loved Ones (1993 Ballantine Books New York by Raymond Moody with Paul Perry) Inzichten van iemand die het zelf heeft ervaren, April Vawter, kunnen gevonden worden op haar Psychomanteum page .
[ http://www.psychomanteum.com/angelphotos/index.htm ]

<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter>>

.


Copyright © 2001 Victor Zammit.  All rights reserved.  --