The Book
<<
Previous Chapter : Book
Index : Next Chapter>>
19. Wetenschap en (geest-)verschijningen
'Zoals de oude Grieken heb ik een psychomanteum ontworpen,
waar mensen naartoe kunnen gaan om de geesten van overledenen
om raad te vragen. Het was duidelijk dat met voldoende voorbereiding
mensen (geest-)verschijningen van overleden geliefden konden
zien… in plaats van een therapeut vertellen over hoe
ze zich voelden over het verlies van een echtgenoot of een
kind konden ze rechtstreeks praten met hun geliefden.'
Raymond Moody
Het zien van een (geest-)verschijning—een vorm van
een persoon die niet fysiek aanwezig is—is consistent
met het argument dat we allemaal de fysieke dood overleven.
Objectief bewijsmateriaal voor (geest-)verschijningen wordt
gewonnen door studies van de gebeurtenissen en (geest-)verschijningen
en die in een laboratorium zijn “opgewekt”.
Een veel voorkomend fenomeen
(geest-)Verschijningen zijn een terugkerend thema in de
folklorische literatuur van alle landen vanaf het begin
van de geschiedenis. Ze zijn wetenschappelijk bestudeerd
sinds 1882 en de resultaten hebben consistent laten zien
dat ze zeer vaak ervaren worden. (Currie 1978: 17 Bayless
1973: 17).
Het eerste systematische onderzoek naar (geest-)verschijningen
werd gedaan door de “Englisch Society for Psychical
Research” in 1882. Het resultaat werd belichaamd in
Phantasms of the Living door Myers, Podmore en Gurney. Een
verder, en veel gedetailleerder internationaal onderzoek
ging van start in 1889. Tweeëndertigduizend meldingen
van (geest-) verschijningen werden ontvangen/gerapporteerd,
hiervan waren 17.000 in het Engels. Het rapport dat werd
gepubliceerd in 1894 vult bijna het hele Volume X van de
Society for Physchical Research Proceedings (Maatregelen).
Verdere studies door de American Society for Psychical
Research [http://www.aspr.com/]
en door de Franse onderzoeker Camille Flammarion die duizenden
zaken bij elkaar verzamelde in zijn boeken The Unknown (1900
Harper en Brothers in Londen en New York) en Death and Its
Mystery (1925) kwamen ook tot de conclusie dat communicatie
na de dood een veel voorkomend en wijd verspreid fenomeen
is.
In 1973 werd door een socioloog van de Universiteit van
Chicago een testgroep van 1467 Amerikanen gevraagd of ze
ooit gevoeld hadden dat ze contact hadden met een overledene.
Zevenentwintig procent zei dat ze dit hadden gevoeld (Greenley
1975). Een zelfde onderzoek werd gedaan in IJsland (Haraldsson
et al 1976)hierbij was de conclusie dat 31 procent met “ja”
antwoordde.
Dr. W.D. Rees, een Britse arts kwam tot de conclusie dat
bij een groep weduwen uit Wales, 47 procent dergelijke ervaringen
had—vaak gedurende een aantal jaren—die hen
overtuigde van het feit dat hun overleden echtgenoten contact
met hen hadden gehad (Rees 1971: 37-41). Een eerder experiment
in Groot Brittanië door Dr. P. Marris (1958) kwam op
een percentage van 50 procent.
De studie werd herhaald in Canada door Dr. Earl Dunn (1977:
121-122) die ook ontdekte dat 50 procent van weduwes en
weduwnaren deze contacten hadden beleefd. Veel van deze
mensen dachten dat ze gek werden en hadden deze ervaringen
niet eerder gemeld omdat ze bang waren dat mensen hen niet
zouden geloven.
Kinderen die sterven maken meestal contact
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat een zeer
hoog percentage van ouders die kinderen hebben verloren
kunnen verwachten dat ze hun kinderen binnen een paar maanden
na de dood van het kind, het weer kunnen horen of zien en
dat dit grote troost gaf.
Dr. Melvin Morse, een kinderarts die uitgebreide studies
heeft gedaan naar dood en sterven, beweerd dat dit zo vaak
voorkomt dat het zeldzaam is als iemand een kind verliest
en deze niet weer ziet of hoort (Morse 1994: 135).
Geen hallucinaties
Er zijn veel redenen waarom deze verschijningen niet beschouwd
kunnen worden als hallucinaties of als het product van het
onderbewustzijn, of omdat mensen het gewoon zo graag willen.
1. De normaliteit van de getuigen.
In de meeste gevallen was de persoon in kwestie in een
absoluut normale mentale staat, vrij van shock, stress of
opwinding. Ook waren de ervaringen totaal onverwacht en
ze vonden plaats in een bekende omgeving. De getuigen waren
ook niet mediamiek of telepathisch—het was zeldzaam
dat getuigen verklaarden dat ze meer dan één
of twee dergelijke ervaringen in een leven hadden (Tyrrell
1963: 23). In veel gevallen waren de getuigen wetenschappelijk
getrainde mensen met een hoge geloofwaardigheid.
2. Objectieve fenomenen
Het voorkomen van een (geest-)verschijning gaat vaak gepaard
met tastbare fysieke verschijnselen zoals het bewegen of
breken van objecten en geluiden zoals voetstappen die op
band zijn vastgelegd. (geest-)Verschijningen zijn gerapporteerd
met een schaduw, met reflectie in een spiegel, omgooien
van meubels, het achterlaten van een geur, samengevat laten
ze alle eigenschappen van een echte entiteit zien.
Soms laten de (geest-)verschijningen zelfs voorbeelden
van hun handschrift achter. Elisabeth Kübler-Ross,
een begaafde dokter die pionier was in de studie naar sterven
en dood gaan, beweerde dat een voormalig patiënt van
haar verscheen toen ze erover dacht om te stoppen met haar
werk. De vrouw, Mrs.Schwartz kwam bij haar in de lift en
begeleide haar naar haar kantoor waar ze vertelde dat ze
niet moest stoppen met haar werk in dood en sterven. Kübler-Ross
dacht dat ze hallucineerde want de vrouw, Mrs. Schwartz,
was tien maanden daarvoor gestorven. Maar toen ze vroeg
om een datum en handtekening op te schrijven deed ze dit
voordat ze verdween (Kübler-Ross 1997: 178).
3. Gezien door meerdere mensen.
Veel van de geregistreerde gevallen zijn gezien door meerdere
mensen. Bijvoorbeeld in een geval dat is onderzocht door
de Society for Psychical Research, negen mensen die in een
huis in Ramsbury in Engeland woonden zagen de (geest-)verschijning
van een man die 10 maanden daarvoor was gestorven, zowel
afzonderlijk als gezamenlijk van februari tot april. Hij
was vooral vaak gezien naast het bed waarin zijn stervende
weduwe lag met zijn hand op haar voorhoofd en hij was soms
tot een half uur achter elkaar zichtbaar. (Holzer 1965:
52-56).
Professor Hart beweert in zijn boek The Enigma of Survival
(1959) dat tussen éénderde en tweederde van
alle (geest-) verschijningen worden gezien door meerdere
mensen, en dat ze door iedere toeschouwer verschillend worden
gezien in overeenkomst met het juiste perspectief.
4. Informatie doorkrijgen die niet bekend is bij
de toeschouwer.
In veel gevallen geeft de persoon die verschijnt informatie
door aan de toeschouwer over hoe hij/zij is gestorven, hun
begraafplaats of andere informatie die niet bekend is bij
de toeschouwer. In een bekend geval dat geaccepteerd is
door het Amerikaanse gerechtshof—De Chaffin Testament
zaak—een vader die was gestorven verscheen en vertelde
een zoon van hem hoe hij zijn testament kon vinden.
In sommige gevallen verschijnen mensen klaarblijkelijk
met als doel het redden van geliefden van gevaar. Dit overkwam
Elaine Worrell die samen met haar man Hal op de bovenste
verdieping van een flat woonde in Oskaloosa in Iowa. Op
een dag zag ze een jonge man in haar hal die haar naar beneden
begeleide naar het appartement van een jonge weduwe die
ze nauwelijks kende. Ze vond de jonge vrouw ineengestort
op haar bed met doorgesneden polsen. Nadat ze was hersteld
liet de jonge vrouw een foto van haar overleden man zien;
Elaine herkende hem onmiddellijk als de jonge man die haar
naar beneden leidde naar het appartement van de jonge weduwe
(Holzer 1963: 138-141)
(geest-)Verschijningen bij het sterven
Een groot aantal gevallen van (geest-)verschijningen hebben
betrekking op iemand die recent gestorven is en bij één
of meer geliefden verscheen om van zijn dood te vertellen.
In veel gevallen was de dood onverwacht en later werd vastgesteld
dat ze vlak voor de (geest-) verschijning waren gestorven.
Verschillende gedocumenteerde en bevestigde voorbeelden
van verschillende studies:
• het geval van tweede Luitenant Leslie Poynter die
was gesneuveld. Om 9 uur s’avonds op de avond van
zijn dood verscheen hij bij zijn zuster in Engeland, hij
liep haar slaapkamer binnen, boog voorover en kuste haar
waarna hij lachend uit het zicht verdween. Pas twee weken
later ontving de familie een telegram die ze vertelde van
zijn dood eerder op de dag dat hij verscheen ( McKenzie
1971: 116-117 ).
• Het geval van Mrs. Pacquet wiens broer Edmund verscheen
6 uur nadat hij was verdronken op zee, hij liet haar zien
hoe hij door een touw om zijn benen werd gepakt en overboord
werd getrokken (Cited in Rogo 1974: 16-17).
• In het geval van Mrs. Gladys Watson die werd gewekt
uit een diepe slaap door iemand die haar naam riep. Toen
ze wakker werd zag ze de grootvader van haar man die haar
zei “Wees niet bang, ik ben het, ik ben net gestorven”.
Toen ze haar man wakker maakte geloofde hij haar niet en
hij belde naar de familie van wie hij hoorde dat zijn grootvader
minuten daarvoor was gestorven (Spraggett 1975: 45-46).
Dood-pacten
Volgens Benneth (1939: 282) bestaat ongeveer 1 op de 20
zaken in de bestanden van de Society for Psychical Research
uit zogenaamde dood-pacten, waarbij twee mensen elkaar beloven
dat degene die eerst sterft zal proberen te verschijnen
aan de ander. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat een groot
aantal van deze afspraken is vervuld waaronder:
• De zaak van Lord Brougham, een Engelse leeftijdgenoot
die op reis was in Zweden. Hij zag opeens een verschijning
van een vriend van de universiteit die hij al jaren niet
had gezien of aan had gedacht. Later ontving hij een brief
waarin stond dat zijn oude vriend gestorven was in India
op het moment van de verschijning. Toen ze beiden nog op
de universiteit zaten hadden de twee vaak gespeculeerd over
het leven na de dood en ze hebben toen een overeenkomst
bedacht waarbij degene die het eerst zou overlijden aan
de ander zou verschijnen (Cited in Johnson 1971: 198-199).
• Mrs. Arthur Bellamy van Bristol, die eenzelfde
overeenkomst sloot met een schoolvriendin die ze al jaren
niet had gezien. Één nacht nadat deze vriendin
was overleden is een vrouw gezien door Mr. Bellamy, zittend
op het bed naast zijn slapende vrouw. Hij identificeerde
haar later aan de hand van een foto als deze vriendin (Bennett
1939: 131-132).
(geest-)Verschijningen in het laboratorium
Dr. Raymond Moody, die bekend werd door zijn pionierende
onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen, werkte aan een manier
om (geest-)verschijningen “op te wekken” in
een laboratorium in een gecontroleerde omgeving. Hij gebruikte
als voorbeeld klassiek werk van de Oude Grieken die suggereerden
dat mensen als ze dat wilden contact konden maken met overleden
geliefde(n) door een Orakel te raadpleegden bij een psychomanteum.
Een psychomanteum is een speciaal gebouwd laboratorium
met spiegels die het psychische proces helpt tot stand te
brengen. Een deel van het psychische proces bestaat uit
het zenden van telepathische boodschappen, het zenden van
trillingen, naar de gewenste ontvanger in het leven na de
dood.
Moody reconstrueerde het proces met verbluffende resultaten—85%
van zijn cliënten die een hele dag voorbereiding hadden
ondergaan maakten contact met hun overleden geliefde(n)—maar
niet iedere keer degene die ze wilden ontmoetten. In de
meeste gevallen gebeurde dit in het psychomanteum maar in
25% van de gevallen gebeurde het later bij hen thuis—vaak
werd de cliënt wakker en zag de verschijning aan het
voeteneind van het bed (Moody 1993: 97).
Het psychomanteum fenomeen staat nog steeds in de kinderschoenen
maar het verspreid gestaag in Amerika. Mensen worden getraind
om psychomanteums te facilliteren. Één van
de meest spannende aspecten van dit alles is de kans om
de resultaten objectiever te maken. Volgens Dianne Arcangel,
een medewerker van Dr. Moody, wordt in sommige gevallen
waarbij contact wordt gemaakt informatie doorgegeven die
niet bekend was (Arcangel 1997). Het potentieel is enorm
en het proces wordt steeds meer verfijnd.
Alle cliënten van Dr. Moody zijn ervan overtuigt dat
het geen hallucinatie is—er is een sprake van duidelijke
tweezijdige communicatie, in sommige gevallen zelfs fysieke
aanrakingen. Moody zelf spreekt zijn verwondering uit dat:
Het werd duidelijk dat de visionaire reünies ervaren
werden als echte gebeurtenissen, geen fantasieën of
dromen. Tot nu toe hebben alle cliënten stellig verklaard
dat hun ontmoetingen volledig echt waren en dat ze feitelijk
in de levende aanwezigheid waren van geliefden waren (Moody
1993: 97).
Hij voegt hier nog aan toe dat alle indicaties erop wijzen
dat de personen in kwestie een paranormale gebeurtenis hebben
ervaren die, net als bij een Bijna Dood Ervaring, hun hele
kijk op het leven veranderde en dat ze door deze ervaring(en)
aardiger, begripvoller en minder bang voor de dood werden
(Moody 1993: 98).
Moody geeft volledige instructies over hoe je zelf een
psychomanteum kunt maken in zijn boek Visionairy Encounters
with Departed Loved Ones (1993 Ballantine Books New York
by Raymond Moody with Paul Perry) Inzichten van iemand die
het zelf heeft ervaren, April Vawter, kunnen gevonden worden
op haar Psychomanteum page .
[ http://www.psychomanteum.com/angelphotos/index.htm
]
<<
Previous Chapter : Book
Index : Next Chapter>>
|