VICTOR J ZAMMIT
A Lawyer Presents the Case for the Afterlife
.

.

The Book

<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter>>

18. Wetenschap en de Bijna Dood Ervaring (BDE)

‘Er bestaat geen twijfel over het feit dat BDE’s (Bijna Dood Ervaringen) voorkomen in alle culturen en in alle periodes van de geschiedenis….de BDE komt voor bij jong en oud, bij mensen van allerlei afkomsten, bij zowel degenen die een spirituele achtergrond hebben als bij mensen die geen enkel geloof hebben…er zijn veel voorbeelden van mensen die een NDE hebben gehad terwijl ze op dat moment niet eens wisten dat die bestonden.’

Dr Peter Fenwick

De Bijna Dood Ervaring (BDE) is een sterk argument voor het bestaan van het leven na de dood. Omdat de medische technieken om iemand die op het randje van de dood balanceert weer terug te brengen sterk zijn verbeterd, zijn er ook steeds meer mensen die dit meemaken. Ze kwamen terug van het randje van de klinische dood. Een aantal van hen herinneren zich een intense, zeer belangrijke en zinvolle ervaring waarbij ze leefden en functioneerden buiten hun lichaam. Voor velen is een BDE een zeer krachtige emotionele en spirituele ervaring.

Het bewijs voor BDE’s is consistent, overweldigend en is door velen ervaren. Het is ook consistent met bewijs voor andere paranormale verschijnselen—BLE’s (Buiten Lichamelijke Ervaringen), met de informatie die komt van mentale mediums en fysieke mediums, en met (geest)verschijningen.

De meer geïnformeerde kortzichtige sceptici erkennen nu dat er geen twijfel bestaat over de echtheid van een BDE, de vraag is nu wat het betekend.

Helderzienden zeggen dat in een crisissituatie, waarbij de dood onvermijdelijk is of wordt ervaren als onvermijdelijk, het dubbellichaam van het fysieke lichaam, ook wel astrale of etherische lichaam genoemd, loskomt van het lichaam om de eerste fase van het leven na de dood te ervaren. Als de dood niet intreedt, herneemt het dubbellichaam zijn plaats in het fysieke lichaam. Studies hebben aangetoond dat NDE’s voorkwamen als gevolg van ziektes, operaties, bevalling, ongeluk, hartaanval en poging tot zelfmoord.

Sceptici zeggen dat een dubbellichaam niet bestaat en dat de ervaringen die mensen hebben alleen te maken hebben met problemen in het fysieke lichaam zelf—het zit allemaal tussen de oren.

Een pionier op dit gebied was Dr. Raymond Moody Jr., deze begon zijn werk als een scepticus. Zijn eerste boek “Life after Life” welke in 1975 verscheen wordt beschouwd als een klassiek werk welke dit onderzoeksgebied openende voor modern onderzoek. Dit boek werd gevolgd door twee andere boeken die verschenen in 1983 en 1988.

Sinds 1975 zijn er veel studies geweest in verschillende landen—zo veel zelfs dat er nu verschillende internationale associaties en journaals zijn voor het onderzoek naar BDE. Cherie Sutherland’s buitengewone Australische boek (1992) bevat een geselecteerde bibliografie van meer dan 150 rapporten van wetenschappers onderzoek hebben gedaan op dit gebied.

Vijftien overeenkomsten

Moody vond sterke overeenkomsten in de verklaringen van 150 mensen die deze ervaringen hebben gehad—zo veel zelfs dat hij in staat was om vijftien verschillende elementen te identificeren die keer op keer terugkomen in deze verklaringen. Hij construeerde een typische ervaring welke al deze elementen in zich had:

Een man is stervende, en op het moment dat hij in de grootste lichamelijke stress terechtkomt, hoort hij dat de dokter hem dood verklaart. Hij hoort een ongemakkelijk geluid, luid ringen of zoemen, en op dat moment voelt hij dat hij heel snel door een lange donkere tunnel beweegt. Aan het einde is hij uit zijn fysieke lichaam, maar nog wel in de directe nabijheid ervan, en hij kan zijn eigen lichaam zien van een afstandje alsof hij een toeschouwer is. Hij ziet de reanimatiepogingen vanuit dit zeer ongebruikelijke perspectief en is in een staat van emotionele omwenteling.

Na een tijdje komt hij weer een beetje tot zichzelf en raakt hij wat meer gewend aan deze nieuwe staat. Hij merkt dat hij nog steeds een lichaam heeft, maar wel van heel andere aard met heel andere krachten dan het fysieke lichaam dat hij heeft achtergelaten. Er beginnen snel andere dingen te gebeuren. Er komen anderen om hem te ontmoeten en te helpen. Hij ziet de geesten van familieleden en kennissen en vrienden die voor hem zijn gestorven, en hij voelt een liefde, een warme geest van een soort zoals hij die nog nooit heeft meegemaakt—een wezen van licht—verschijnt voor hem. Dit wezen vraagt hem iets, zonder woorden, om zijn leven te evalueren en helpt hem door panoramische beelden van gebeurtenissen uit zijn leven te laten zien. Op een gegeven moment komt hij op een punt waarbij hij een barrière of grens bereikt, welke klaarblijkelijk de grens is tussen het aardse leven en het volgende leven. Maar hij komt erachter dat hij terug moet gaan naar de aarde omdat zijn tijd nog niet is gekomen. Op dit moment verzet hij zich, omdat hij helemaal is opgenomen door deze ervaring in het leven na de dood en hij wil niet terug. Hij is overweldigd door intense gevoelens van blijdschap, liefde en vrede. Ondanks zijn houding, komt hij weer terug in zijn fysieke lichaam en leeft.

Later probeert hij het aan anderen te vertellen, maar hij heeft er veel moeite mee. In de eerste plaats kan hij geen menselijke woorden vinden die deze onaardse ervaringen goed beschrijven. Hij komt erachter dat anderen het moeilijk te begrijpen vinden en hij stopt met het vertellen aan anderen. Maar de ervaringen beïnvloeden zijn leven heel erg, vooral door de nieuwe kijk op de dood in relatie tot het leven. (Moody 1975: 21-23).

Dr. Kenneth Ring, welke een studie naar BDE’s produceerde in 1980, bevestigd Dr Moody’s bevindingen, maar kwam erachter dat mensen in fases door de ervaringen gingen en dat een groot aantal mensen alleen de eerste fase(s) ervoeren.

Andere studies door Karlis Osis en Erlendur Haraldsson (1977), Michael Sabom en Sarah Kreutziger (1976), Elisabeth Kubler-Ross (1983), Craig Lundahl (1981), en Bruce Greyson en Ian Stevenson (1980) beschreven allemaal dezelfde soort ervaringen.

Zien buiten bewustzijn

Dr Sabom, een cardioloog uit Georgia, interviewde 100 patiënten in het ziekenhuis die de dood op het nippertje ontglipt waren. Van deze mensen vertelde 61% dat ze een klassieke NDE ervoeren van het type zoals beschreven door Moody in 1975.

Veel van de patiënten die in leven werden gehouden waren in staat om met veel technische details te beschrijven wat er gebeurde in de OK(operatiekamer) gedurende de tijd waarvan gedacht werd dat ze bewusteloos of dood waren. Dr Sabom onderzocht de hypothese dat de patiënten gewoon hun creatieve fantasie gebruikten, of kennis die ze onbewust hadden opgepikt door eerdere ervaring met opnames in het ziekenhuis.

Hij interviewde een groep doorgewinterde hartpatiënten welke geen BDE hebben gehad en vroeg ze om zich voor te stellen dat een medisch team iemand met een hartaanval probeerde bij te brengen en om met zo veel mogelijk details de stappen die werden ondernomen te beschrijven. Tot zijn verbazing beschreef 80% de stappen of procedures verkeerd. Van de groep die beweerde dat ze hun eigen reanimatie hadden gezien terwijl ze uit hun lichaam waren maakte niemand een fout over de procedure en de stappen die werden genomen. (Sabom 1980: 120-121).

Een gedeelde ervaring

Er zijn nu letterlijk miljoenen mensen van over de hele wereld die een BDE hebben meegemaakt. Een groot Amerikaans onderzoek door George Gallup Junior rapporteerde dat 8 miljoen Amerikanen, dat is ongeveer 5% van de volwassen populatie een dergelijke ervaring had gehad. (Gallup 1982). Een Australisch onderzoek in 1989 door Allan Kellehear en Patrick Heaven wees uit dat 10% van 179 mensen beweerden dat ze minstens 5 typische elementen van een BDE ervoeren.

Studies op zeer verschillende geografische locaties produceerden verbazingwekkend gelijkende resultaten: Margot Grey’s studie naar BDE’s in Engeland (Grey 1985); Paola Giovetti’s studie in Italië (Giovetti 1982); Dorothy Counts’ studie in Melanesia (Counts 1983); Satwant Pasricha en Ian Stevenson (1986) studie in India. Er komen steeds meer studies vanuit verschillende landen op een regelmatige basis, en historische voorbeelden laten zien dat de BDE verbazend consistent is gebleven in de geschiedenis. (zie het voorbeeld van Er’s BDE, beschreven door Plato in The Republic).

Maar terwijl deze ervaringen gedurende de hele geschiedenis voorkwamen, is het in de westerse cultuur pas sinds 20 jaar, dat mensen zich vrij voelen om erover te praten, alsmede over de invloed die deze ervaringen op hun leven hebben gehad.

Terugkomen met onverklaarde informatie

Er zijn veel verklaringen van mensen die terugkomen na een BDE met feitelijke informatie waarvan ze geen eerdere kennis hadden. Hieronder vallen dingen als in staat zijn om voorouders aan te wijzen van foto’s, kennis hebben van baby’s die stierven voordat ze zelf geboren werden, kennis hebben van familiegeheimen enz. Anderen waren in staat om informatie te documenteren die ze kregen over gebeurtenissen in de toekomst. (Zie bijv. Eadie 1992, Brinkley 1994, en Atwater 2000:204)


Gemeenschappelijke nawerking

Volgens de Internationale associatie voor NDE-studies beweert 80% van de mensen die een NDE hebben ervaren dat hun leven voor altijd veranderd is. Ze ervaren specifieke psychologische en fysiologische verschillen op grote schaal welke grote aanpassingsmoeilijkheden kan veroorzaken gedurende, gemiddeld, zeven jaar, maar vooral gedurende de eerste drie jaar. Dit telt voor zowel kinderen, tieners en volwassenen die een dergelijke ervaring hebben gehad.

Deze afterlife-effecten worden gedeeld door mensen, waaronder kinderen, die intense ervaringen hadden in levendige dromen, of gedurende meditatie, of mensen die de dood op het nippertje ontsnapten.

Cherie Sutherland, een Australische onderzoeker, interviewde 50 NDE overlevenden grondig en kwam erachter dat de effecten op de levens van deze overlevenden verbazend consistent waren en behoorlijk verschillend van de effecten van drugs of chemisch opgeroepen hallucinaties. Ze identificeerde veel effecten welke zijn gesubstantieërd door andere studies zoals bijv. Ring (1980 en 1984) Atwater (1988). Hieronder vielen:

• Een universeel geloof in het leven na de dood
• Een groot gedeelte (80%) gelooft nu in reïncarnatie
• Een totale afwezigheid van angst voor de dood
• Een grote verschuiving van georganiseerde religie naar persoonlijke spirituele ontwikkeling
• Een statistisch gezien significante toename van paranormale gevoeligheid
• Een positievere kijk op zichzelf en anderen
• Een toegenomen verlangen naar alleen zijn
• Een toegenomen gevoel van een doel hebben
• Een gebrek aan interesse voor materieel geluk gekoppeld aan een toename in interesse in spirituele groei
• Vijftig procent ervoer grote moeilijkheden in naaste relaties als gevolg van hun veranderde prioriteiten
• Een groter gezondheid bewustzijn
• De meeste dronken minder alcohol
• Bijna iedereen stopte met roken
• De meeste stopten met medicijnen
• De meeste keken minder televisie
• De meeste lazen minder vaak de krant
• Toegenomen interesse in alternatieve geneeswijzen
• Toegenomen interesse in leren en zelfontwikkeling
• Vijfenzeventig procent ervoer een grote carrière verandering waarbij ze meer naar gebieden toegroeiden waarbij ze andere mensen hielpen

Overlevenden worden paranormaal gevoeliger

Een onafhankelijke Amerikaanse studie door Dr Melvin Morse liet zien dat NDE-overlevenden drie keer zoveel verifieerbare paranormale verschijnselen meemaken dan de massa. Ze waren vaak niet in staat om horloges te dragen en vaak hadden ze problemen met elektriciteit zoals laptops laten kortsluiten en pinpassen wissen (Morse 1992). Hij kwam er ook achter dat volwassenen die BDE’s hadden gehad meer geld uitgaven aan goede doelen, en dat de kans groter was dat ze vrijwilligerswerk gingen doen voor de gemeenschap, vaker helpende beroepen gingen uitvoeren, geen last hadden van drugsgebruik en meer groenten en vers fruit aten dan de controle groep (Morse 1992).

Voor meer details en voor hulp bij het verwerken van dergelijke ervaringen, neem contact op met de International Association for Near Death Studies
[ http://www.iands.org/aftereffects.html ].

Alternatieve verklaringen

Natuurlijk kan de BDE niet zomaar klakkeloos worden aangenomen zonder alternatieve verklaringen te onderzoeken.

Is het allemaal verzonnen?

Zoals in bovenstaande al werd verklaard, diegenen die de NDE onderzocht hebben—wetenschappers, doctoren, psychologen, andere onderzoekers en sceptici—beweren nu allemaal met absolute zekerheid dat de NDE wel bestaat!

Sommige onbevooroordeelde cardiologen namen aan dat de NDE niet bestond, maar later veranderden ze van gedachten. Michael Sabom, de cardioloog die hierboven vermeld werd, gaf toe dat hij voor zijn onderzoek zeker was van het feit dat NDE’s bewuste fabricaties waren van degenen die het rapporteerden of degenen die erover schreven. Maar, toen hij eenmaal begon met zijn onderzoek was hij totaal ondersteboven van de echtheid van het fenomeen.

Een cardioloog die in de eerste instantie sceptisch was, was Maurice Rawlings. Hij verklaarde in zijn boek “Beyond Death’s Door” (1978), dat hij altijd geloofde dat de dood een totale uitsterving was totdat op een dag een 48 jarige postbode dood neerviel voor de deur van zijn kantoor. Toen hij begon met reanimeren begon de patiënt te schreeuwen: ‘I’m in Hell!! Keep me out of Hell!’. Eerst zei Rawlings tegen hem: ‘Keep your hell to yourself—I’m busy trying to save your life’, maar langzaamaan werd hij overtuigd door de pure angst van de man waarmee hij bezig was. De ervaring was zo overtuigend en traumatisch dat Dr Rawlings er een boek over schreef. Als je de woorden van een zeer geloofwaardige en zeer hoog gekwalificeerde cardioloog accepteert, veranderde zijn hele leven na deze ervaring.

Beangstigende en hel-achtige BDE’s zijn vrij algemeen en zijn het onderwerp geweest van een diepteonderzoek van Bruce Greyson, een dokter en Nancy Evans Bush, een zuster. Zie Understanding and Coping with a Frightening Near-Death Experience
[ http://www.iands.org/scary.html#talkto ].

De pharmalogische verklaring?

Sommigen beweren dat BDE’s veroorzaakt worden door drugs die toegediend worden aan de patiënt gedurende een crisis situatie. Drugs zoals ketamine en morfine worden genoemd. Moody onderzocht deze hypothese en verwierp hem (Moody 1975: 160-161). Dit kwam doordat veel patiënten die een BDE hadden geen drugs toegediend kregen, en omdat visioenen die door drugs werden veroorzaakt aanmerkelijk verschilden van echte NDE’s in de inhoud en de intensiteit en deze hadden geen lange termijn gevolgen.

Sommige onderzoekers waaronder R.K. Siegel meldden dat sommige mensen die hallucigene drugs namen zoals LSD, een soort van BDE ervoeren. Maar we werden geïnformeerd dat er een duidelijk verschil is tussen het effect van LSD en een BDE. Moody en anderen hebben dit uitvoerig onderzocht.

Gebrek aan zuurstof?

Er wordt soms beweerd dat een BDE wordt veroorzaakt door een gebrek aan zuurstof en dat het een “normaal” gevolg is van stervende hersenen. Maar veel mensen hebben een BDE gehad voordat er lichamelijke stress was en in sommige gevallen was er helemaal geen fysieke verwonding (Moody 1975: 163) Sabom, merkte op, consistent aan Dr Fenwick, dat in echte gevallen van verstikking er een progressieve vertroebeling en verwarring is van cognitieve vaardigheden, welke in direct contrast staat met de helderheid en groeiende bewustzijn dat wordt gemeld bij een BDE (Sabom 1980:176).

Er zijn al verschillende pogingen gedaan om BDE’s af te doen als een “wens-vervulling”—dus dat je datgene ziet wat je cultureel geconditioneerd bent te verwachten. Maar Ring (1984) Sabom (1982) en Grosso (1981) hebben allemaal geconstateerd dat er geen link is, geen correlatie tussen religieuze overtuigingen en de BDE.

Andere psychologen zoals Uri Lowental (1981) zeggen, zonder ook maar één bewijs te hebben, dat BDE’s een herbeleving zijn van de ervaring van het “geboren worden”. Hun hypotheses worden meestal beschouwd als speculatie.

Psychologen Kletti en Noyes (1981) beweerden dat BDE’s staan voor “een depersonalificatie en plezierige fantasieën welke een vorm van geestelijkebescherming bieden tegen de bedreiging van vernietiging”. Maar deze verklaring werd ook weerlegd door Gabbard en Twemlow (1981) die uitwezen dat depersonalificatie normaal gesproken voor kan komen in de leeftijd van 15-30 jaar en praktisch nooit voorkomt bij mensen die over de 40 zijn.

Anderen hebben voorgesteld dat BDE’s een vorm zijn van ‘autoscopische hallucinatie’—een zeldzame psychiatrische aandoening. Maar zowel Sabom (1982) als Gabbard en Twemlow (1981) vonden die niet waarschijnlijk op basis van een aantal zeer grote verschillen.

Neurofysiologische verklaringen?

Moody heeft nagedacht over de gelijkenis tussen de levensbeschouwing gedurende een BDE en de flashbacks die mensen hadden met neurologische aandoeningen. Hij concludeerde dat beide essentieel verschillend waren, omdat bij flashbacks dingen werden herinnerd die willekeurig waren of er niet toe deden, en tijdens de levensbeschouwing in een BDE kwamen alle gebeurtenissen in chronologische volgorde en het waren de hoogtepunten van het leven.
Deze werden allemaal tegelijk gezien en gaven een eenheidvormende visie welke de persoon in kwestie inzicht gaf in het doel van zijn leven. (Moody 1975:166)

Het stervende brein?

Dr Peter Fenwick is een lid van de Royal College of Psychiatrists en een neuropsycholoog met een internationale reputatie—een specialist in de samenwerking tussen geest en hersenen en het probleem van bewustzijn. Hij is de meest vooraanstaande man op medisch gebied op het terrein van de BDE en hij is ook president van de International Association for the Near-Death Studies.

Met zijn vrouw Elisabeth, ook een getrainde professionele wetenschapper maakte Dr Peter Fenwick een diepgaand onderzoek naar het argument van sceptici en materialisten dat de BDE veroorzaakt wordt door de fysiologische effecten van een stervend brein (Fenwick 1996).

Het argument van psychologen tegen de BDE moet bekeken worden tegen de achtergrond van hun zeer beperkte kennis van het functioneren van het
brein/hersenen. Psychologen hebben niet de nodige diepgaande academische en praktische opleiding die neuropsychologen zoals Dr Peter Fenwick wel hebben om zo op een professionele manier de fysiologie van de BDE te evalueren. De professionele opleiding voor psychologen bevat maar een klein stukje fysiologie. Een kijkje in de standaard studieboeken in Universiteits Psychologie laat zien dat de studie naar de hersenfuncties maar 5% is van het gehele aanbod in de psychologie. Psychologen in opleiding hoeven geen operaties te doen, laat staan ingrepen op het gebied van hersenchirurgie.

Natuurlijk, iemand in de positie van Dr Fenwick heeft alle technische kennis in huis om accuraat te bepalen of een BDE verklaard kan worden als de gevolgenvan een stervend brein. Dr Fenwick verklaard dat deze psychologen absolute onzin schrijven als ze buiten hun vakgebieden komen en dus buiten hun technische expertise, kennis die ze niet hebben, niet begrijpen en welke buiten hun dagelijkse werk staat.

Hij maakt het af met de sceptici:

Ze hebben gewoon niet de kennis…Er wordt zoveel onzin verteld over BDE’s door mensen die deze dingen niet dagelijks meemaken. Dus ben ik er absoluut zeker van dat zulke ervaringen niet veroorzaakt worden door gebrek aan zuurstof, endorfine, of iets dergelijks. En geen van deze kunnen de transcendente kwaliteit van veel van deze ervaringen, het feit deze mensen een oneindig groot verlies voelen wanneer ze hen achter laten (Ferwick 1995:47)

Als adviseur neuro-psychiater werkt hij constant met mensen die in de war zijn, gedesoriënteerd en hersenschade hebben en zoals Dr Farwick zegt:

Het is duidelijk dat elke desoriëntatie in de hersenfunctie leidt tot desoriëntatie van de waarneming en een verminderd geheugen. Je kunt normaal gesproken geen zeer goed gestructureerde en duidelijk herinnerde ervaringen van een zeer beschadigd of gedesoriënteerd brein krijgen.

Hij verwerpt het endorfine argument op dezelfde manier:

En over die endorfine, we blazen de effecten veel te veel op de hele tijd, want duizenden mensen krijgen elke dag morfine. Dat resulteert zeker in kalmheid, maar het produceert geen gestructureerde ervaringen (Fenwick 1995:47)

Bevooroordeelde sceptici worden de volgende vragen voorgelegd:

• Als de BDE het effect is van een stervend brein zou het moeten gebeuren bij iedereen die dood gaat of stervende is. Waarom is het zo dat niet iedereen die dichtbij de dood komt een BDE krijgt?

• Als de BDE een wensvervulling is, waarom is dan niet iedere BDE positief? Waarom zijn sommige ervaringen neutraal en/of gruwelijk negatief zoals gedocumenteerd door Phyllis Atwater (1994).

• Als de BDE veroorzaakt zou zijn door endorfine, welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om te laten zien dat de afgifte van endorfine altijd een levensbeschouwing produceert op een ordelijke manier?

• Welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om aan te tonen dat de afgifte van endorfine zorgt voor een verlies van begrip van tijd en de relatie tot het “zelf”?

• Waarom is het zo dat bijna iedereen die een BDE heeft gehad, een permanente transformatie ondergaan welke consistent is met spirituele verfijning, een verfijndere manier van leven.

• Waarom is het zo dat de meeste mensen hun nieuw gevonden intrinsieke motivatie relateren aan de krachtige ervaring die ze hadden toen ze buiten hun lichaam waren.

• Welk objectief bewijs wordt er gepresenteerd om te laten zien dat het begrijpen van het limbische systeem en de temporaal kwab de gevoelens van bekendheid, inzicht en deja vu kan verklaren alsmede de statistisch toegenomen paranormale ervaringen die volgen na de BDE?

• Hoe kunnen de sceptici de ongelofelijke overeenkomsten verklaren tussen de Bijna Dood Ervaring en de Buiten Lichamelijke Ervaring?

Fysieke verklaringen zijn niet voldoende

Elisabeth Fenwick, medeschrijver van het boek “The truth in the Light—An investigation of over 300 Near-Death-Experiences” (1996) begon haar onderzoek met de gedachte dat deze verschijnselen in wetenschappelijke termen konden worden verklaard, maar na onderzoek concludeerde ze:

Ondanks het feit dat je in staat bent om wetenschappelijke redenen te vinden voor stukjes van de Bijna-Dood-Ervaring, kan ik geen afdoende verklaring geven voor het hele verschijnsel. Je moet het verklaren als een geheel en de sceptici….hebben dat simpelweg niet kunnen doen. Geen enkele van de puur fysieke verklaringen is ok. Sceptici onderschatten de omvang waarmee Bijna-Dood-Ervaringen niet zomaar een aantal willekeurige dingen zijn die gebeuren, maar zeer georganiseerde en gedetailleerde gebeurtenissen.

Deze standpunten worden ondersteund door een studie naar BDE’s in Nederland door cardioloog Dr William van Lommel en zijn team die al 345 zaken bestudeerd hebben die gestorven zouden zijn zonder reanimatie. Tien procent herinnerde een BDE, en een verdere acht procent had een minder uitgesproken ervaring.

Deze patiënten werden vergeleken met een controlegroep die identiek waren termen van hoe erg de ziektes waren, maar die geen BDE hadden gehad. Volgens Dr van Lommel (1995):

Onze beste vondst was dat de BDE geen fysieke of medische achtergrond heeft. Want, alle patiënten hadden zuurstoftekort, ze kregen allemaal morfineachtige medicijnen, ze hadden allemaal zeer veel stress, dus dit zijn simpelweg niet de redenen dat 18% een BDE had en 82% niet. Als ze getriggered zouden worden door één van deze dingen, zou iedereen een BDE moeten hebben (Van Lommel 1995)

Zo ook Yvonne Kason, een Canadese psychiater, kwam er achter in haar praktijk dat mensen die niet bijna stierven BDE’s rapporteerden; hieronder waren mensen die dachten dat ze bijna dood gingen en mensen die mediteerden (Kason 1994:73).

Zonder twijfel is de BDE samen met de BLE en ander objectief bewijs dat wordt gepresenteerd in dit werk, een zeer krachtig argument voor het leven na de dood.

<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter>>
.


Copyright © 2001 Victor Zammit.  All rights reserved.  --