The Book
<<
Previous Chapter : Book
Index : Next Chapter>>
18. Wetenschap
en de Bijna Dood Ervaring (BDE)
‘Er bestaat geen twijfel over
het feit dat BDE’s (Bijna Dood Ervaringen) voorkomen
in alle culturen en in alle periodes van de geschiedenis….de
BDE komt voor bij jong en oud, bij mensen van allerlei afkomsten,
bij zowel degenen die een spirituele achtergrond hebben
als bij mensen die geen enkel geloof hebben…er zijn
veel voorbeelden van mensen die een NDE hebben gehad terwijl
ze op dat moment niet eens wisten dat die bestonden.’
Dr Peter Fenwick
De Bijna Dood Ervaring (BDE) is een sterk argument voor
het bestaan van het leven na de dood. Omdat de medische
technieken om iemand die op het randje van de dood balanceert
weer terug te brengen sterk zijn verbeterd, zijn er ook
steeds meer mensen die dit meemaken. Ze kwamen terug van
het randje van de klinische dood. Een aantal van hen herinneren
zich een intense, zeer belangrijke en zinvolle ervaring
waarbij ze leefden en functioneerden buiten hun lichaam.
Voor velen is een BDE een zeer krachtige emotionele en spirituele
ervaring.
Het bewijs voor BDE’s is consistent, overweldigend
en is door velen ervaren. Het is ook consistent met bewijs
voor andere paranormale verschijnselen—BLE’s
(Buiten Lichamelijke Ervaringen), met de informatie die
komt van mentale mediums en fysieke mediums, en met (geest)verschijningen.
De meer geïnformeerde kortzichtige sceptici erkennen
nu dat er geen twijfel bestaat over de echtheid van een
BDE, de vraag is nu wat het betekend.
Helderzienden zeggen dat in een crisissituatie, waarbij
de dood onvermijdelijk is of wordt ervaren als onvermijdelijk,
het dubbellichaam van het fysieke lichaam, ook wel astrale
of etherische lichaam genoemd, loskomt van het lichaam om
de eerste fase van het leven na de dood te ervaren. Als
de dood niet intreedt, herneemt het dubbellichaam zijn plaats
in het fysieke lichaam. Studies hebben aangetoond dat NDE’s
voorkwamen als gevolg van ziektes, operaties, bevalling,
ongeluk, hartaanval en poging tot zelfmoord.
Sceptici zeggen dat een dubbellichaam niet bestaat en dat
de ervaringen die mensen hebben alleen te maken hebben met
problemen in het fysieke lichaam zelf—het zit allemaal
tussen de oren.
Een pionier op dit gebied was Dr. Raymond Moody Jr., deze
begon zijn werk als een scepticus. Zijn eerste boek “Life
after Life” welke in 1975 verscheen wordt beschouwd
als een klassiek werk welke dit onderzoeksgebied openende
voor modern onderzoek. Dit boek werd gevolgd door twee andere
boeken die verschenen in 1983 en 1988.
Sinds 1975 zijn er veel studies geweest in verschillende
landen—zo veel zelfs dat er nu verschillende internationale
associaties en journaals zijn voor het onderzoek naar BDE.
Cherie Sutherland’s buitengewone Australische boek
(1992) bevat een geselecteerde bibliografie van meer dan
150 rapporten van wetenschappers onderzoek hebben gedaan
op dit gebied.
Vijftien overeenkomsten
Moody vond sterke overeenkomsten in de verklaringen van
150 mensen die deze ervaringen hebben gehad—zo veel
zelfs dat hij in staat was om vijftien verschillende elementen
te identificeren die keer op keer terugkomen in deze verklaringen.
Hij construeerde een typische ervaring welke al deze elementen
in zich had:
Een man is stervende, en op het moment dat hij in de grootste
lichamelijke stress terechtkomt, hoort hij dat de dokter
hem dood verklaart. Hij hoort een ongemakkelijk geluid,
luid ringen of zoemen, en op dat moment voelt hij dat hij
heel snel door een lange donkere tunnel beweegt. Aan het
einde is hij uit zijn fysieke lichaam, maar nog wel in de
directe nabijheid ervan, en hij kan zijn eigen lichaam zien
van een afstandje alsof hij een toeschouwer is. Hij ziet
de reanimatiepogingen vanuit dit zeer ongebruikelijke perspectief
en is in een staat van emotionele omwenteling.
Na een tijdje komt hij weer een beetje tot zichzelf en
raakt hij wat meer gewend aan deze nieuwe staat. Hij merkt
dat hij nog steeds een lichaam heeft, maar wel van heel
andere aard met heel andere krachten dan het fysieke lichaam
dat hij heeft achtergelaten. Er beginnen snel andere dingen
te gebeuren. Er komen anderen om hem te ontmoeten en te
helpen. Hij ziet de geesten van familieleden en kennissen
en vrienden die voor hem zijn gestorven, en hij voelt een
liefde, een warme geest van een soort zoals hij die nog
nooit heeft meegemaakt—een wezen van licht—verschijnt
voor hem. Dit wezen vraagt hem iets, zonder woorden, om
zijn leven te evalueren en helpt hem door panoramische beelden
van gebeurtenissen uit zijn leven te laten zien. Op een
gegeven moment komt hij op een punt waarbij hij een barrière
of grens bereikt, welke klaarblijkelijk de grens is tussen
het aardse leven en het volgende leven. Maar hij komt erachter
dat hij terug moet gaan naar de aarde omdat zijn tijd nog
niet is gekomen. Op dit moment verzet hij zich, omdat hij
helemaal is opgenomen door deze ervaring in het leven na
de dood en hij wil niet terug. Hij is overweldigd door intense
gevoelens van blijdschap, liefde en vrede. Ondanks zijn
houding, komt hij weer terug in zijn fysieke lichaam en
leeft.
Later probeert hij het aan anderen te vertellen, maar hij
heeft er veel moeite mee. In de eerste plaats kan hij geen
menselijke woorden vinden die deze onaardse ervaringen goed
beschrijven. Hij komt erachter dat anderen het moeilijk
te begrijpen vinden en hij stopt met het vertellen aan anderen.
Maar de ervaringen beïnvloeden zijn leven heel erg,
vooral door de nieuwe kijk op de dood in relatie tot het
leven. (Moody 1975: 21-23).
Dr. Kenneth Ring, welke een studie naar BDE’s produceerde
in 1980, bevestigd Dr Moody’s bevindingen, maar kwam
erachter dat mensen in fases door de ervaringen gingen en
dat een groot aantal mensen alleen de eerste fase(s) ervoeren.
Andere studies door Karlis Osis en Erlendur Haraldsson
(1977), Michael Sabom en Sarah Kreutziger (1976), Elisabeth
Kubler-Ross (1983), Craig Lundahl (1981), en Bruce Greyson
en Ian Stevenson (1980) beschreven allemaal dezelfde soort
ervaringen.
Zien buiten bewustzijn
Dr Sabom, een cardioloog uit Georgia, interviewde 100 patiënten
in het ziekenhuis die de dood op het nippertje ontglipt
waren. Van deze mensen vertelde 61% dat ze een klassieke
NDE ervoeren van het type zoals beschreven door Moody in
1975.
Veel van de patiënten die in leven werden gehouden
waren in staat om met veel technische details te beschrijven
wat er gebeurde in de OK(operatiekamer) gedurende de tijd
waarvan gedacht werd dat ze bewusteloos of dood waren. Dr
Sabom onderzocht de hypothese dat de patiënten gewoon
hun creatieve fantasie gebruikten, of kennis die ze onbewust
hadden opgepikt door eerdere ervaring met opnames in het
ziekenhuis.
Hij interviewde een groep doorgewinterde hartpatiënten
welke geen BDE hebben gehad en vroeg ze om zich voor te
stellen dat een medisch team iemand met een hartaanval probeerde
bij te brengen en om met zo veel mogelijk details de stappen
die werden ondernomen te beschrijven. Tot zijn verbazing
beschreef 80% de stappen of procedures verkeerd. Van de
groep die beweerde dat ze hun eigen reanimatie hadden gezien
terwijl ze uit hun lichaam waren maakte niemand een fout
over de procedure en de stappen die werden genomen. (Sabom
1980: 120-121).
Een gedeelde ervaring
Er zijn nu letterlijk miljoenen mensen van over de hele
wereld die een BDE hebben meegemaakt. Een groot Amerikaans
onderzoek door George Gallup Junior rapporteerde dat 8 miljoen
Amerikanen, dat is ongeveer 5% van de volwassen populatie
een dergelijke ervaring had gehad. (Gallup 1982). Een Australisch
onderzoek in 1989 door Allan Kellehear en Patrick Heaven
wees uit dat 10% van 179 mensen beweerden dat ze minstens
5 typische elementen van een BDE ervoeren.
Studies op zeer verschillende geografische locaties produceerden
verbazingwekkend gelijkende resultaten: Margot Grey’s
studie naar BDE’s in Engeland (Grey 1985); Paola Giovetti’s
studie in Italië (Giovetti 1982); Dorothy Counts’
studie in Melanesia (Counts 1983); Satwant Pasricha en Ian
Stevenson (1986) studie in India. Er komen steeds meer studies
vanuit verschillende landen op een regelmatige basis, en
historische voorbeelden laten zien dat de BDE verbazend
consistent is gebleven in de geschiedenis. (zie het voorbeeld
van Er’s BDE, beschreven door Plato in The Republic).
Maar terwijl deze ervaringen gedurende de hele geschiedenis
voorkwamen, is het in de westerse cultuur pas sinds 20 jaar,
dat mensen zich vrij voelen om erover te praten, alsmede
over de invloed die deze ervaringen op hun leven hebben
gehad.
Terugkomen met onverklaarde informatie
Er zijn veel verklaringen van mensen die terugkomen na
een BDE met feitelijke informatie waarvan ze geen eerdere
kennis hadden. Hieronder vallen dingen als in staat zijn
om voorouders aan te wijzen van foto’s, kennis hebben
van baby’s die stierven voordat ze zelf geboren werden,
kennis hebben van familiegeheimen enz. Anderen waren in
staat om informatie te documenteren die ze kregen over gebeurtenissen
in de toekomst. (Zie bijv. Eadie 1992, Brinkley 1994, en
Atwater 2000:204)
Gemeenschappelijke nawerking
Volgens de Internationale associatie voor NDE-studies beweert
80% van de mensen die een NDE hebben ervaren dat hun leven
voor altijd veranderd is. Ze ervaren specifieke psychologische
en fysiologische verschillen op grote schaal welke grote
aanpassingsmoeilijkheden kan veroorzaken gedurende, gemiddeld,
zeven jaar, maar vooral gedurende de eerste drie jaar. Dit
telt voor zowel kinderen, tieners en volwassenen die een
dergelijke ervaring hebben gehad.
Deze afterlife-effecten worden gedeeld door mensen, waaronder
kinderen, die intense ervaringen hadden in levendige dromen,
of gedurende meditatie, of mensen die de dood op het nippertje
ontsnapten.
Cherie Sutherland, een Australische onderzoeker, interviewde
50 NDE overlevenden grondig en kwam erachter dat de effecten
op de levens van deze overlevenden verbazend consistent
waren en behoorlijk verschillend van de effecten van drugs
of chemisch opgeroepen hallucinaties. Ze identificeerde
veel effecten welke zijn gesubstantieërd door andere
studies zoals bijv. Ring (1980 en 1984) Atwater (1988).
Hieronder vielen:
• Een universeel geloof in het leven na de dood
• Een groot gedeelte (80%) gelooft nu in reïncarnatie
• Een totale afwezigheid van angst voor de dood
• Een grote verschuiving van georganiseerde religie
naar persoonlijke spirituele ontwikkeling
• Een statistisch gezien significante toename van
paranormale gevoeligheid
• Een positievere kijk op zichzelf en anderen
• Een toegenomen verlangen naar alleen zijn
• Een toegenomen gevoel van een doel hebben
• Een gebrek aan interesse voor materieel geluk gekoppeld
aan een toename in interesse in spirituele groei
• Vijftig procent ervoer grote moeilijkheden in naaste
relaties als gevolg van hun veranderde prioriteiten
• Een groter gezondheid bewustzijn
• De meeste dronken minder alcohol
• Bijna iedereen stopte met roken
• De meeste stopten met medicijnen
• De meeste keken minder televisie
• De meeste lazen minder vaak de krant
• Toegenomen interesse in alternatieve geneeswijzen
• Toegenomen interesse in leren en zelfontwikkeling
• Vijfenzeventig procent ervoer een grote carrière
verandering waarbij ze meer naar gebieden toegroeiden waarbij
ze andere mensen hielpen
Overlevenden worden paranormaal gevoeliger
Een onafhankelijke Amerikaanse studie door Dr Melvin Morse
liet zien dat NDE-overlevenden drie keer zoveel verifieerbare
paranormale verschijnselen meemaken dan de massa. Ze waren
vaak niet in staat om horloges te dragen en vaak hadden
ze problemen met elektriciteit zoals laptops laten kortsluiten
en pinpassen wissen (Morse 1992). Hij kwam er ook achter
dat volwassenen die BDE’s hadden gehad meer geld uitgaven
aan goede doelen, en dat de kans groter was dat ze vrijwilligerswerk
gingen doen voor de gemeenschap, vaker helpende beroepen
gingen uitvoeren, geen last hadden van drugsgebruik en meer
groenten en vers fruit aten dan de controle groep (Morse
1992).
Voor meer details en voor hulp bij het verwerken van dergelijke
ervaringen, neem contact op met de International Association
for Near Death Studies
[ http://www.iands.org/aftereffects.html
].
Alternatieve verklaringen
Natuurlijk kan de BDE niet zomaar klakkeloos worden aangenomen
zonder alternatieve verklaringen te onderzoeken.
Is het allemaal verzonnen?
Zoals in bovenstaande al werd verklaard, diegenen die de
NDE onderzocht hebben—wetenschappers, doctoren, psychologen,
andere onderzoekers en sceptici—beweren nu allemaal
met absolute zekerheid dat de NDE wel bestaat!
Sommige onbevooroordeelde cardiologen namen aan dat de
NDE niet bestond, maar later veranderden ze van gedachten.
Michael Sabom, de cardioloog die hierboven vermeld werd,
gaf toe dat hij voor zijn onderzoek zeker was van het feit
dat NDE’s bewuste fabricaties waren van degenen die
het rapporteerden of degenen die erover schreven. Maar,
toen hij eenmaal begon met zijn onderzoek was hij totaal
ondersteboven van de echtheid van het fenomeen.
Een cardioloog die in de eerste instantie sceptisch was,
was Maurice Rawlings. Hij verklaarde in zijn boek “Beyond
Death’s Door” (1978), dat hij altijd geloofde
dat de dood een totale uitsterving was totdat op een dag
een 48 jarige postbode dood neerviel voor de deur van zijn
kantoor. Toen hij begon met reanimeren begon de patiënt
te schreeuwen: ‘I’m in Hell!! Keep me out of
Hell!’. Eerst zei Rawlings tegen hem: ‘Keep
your hell to yourself—I’m busy trying to save
your life’, maar langzaamaan werd hij overtuigd door
de pure angst van de man waarmee hij bezig was. De ervaring
was zo overtuigend en traumatisch dat Dr Rawlings er een
boek over schreef. Als je de woorden van een zeer geloofwaardige
en zeer hoog gekwalificeerde cardioloog accepteert, veranderde
zijn hele leven na deze ervaring.
Beangstigende en hel-achtige BDE’s zijn vrij algemeen
en zijn het onderwerp geweest van een diepteonderzoek van
Bruce Greyson, een dokter en Nancy Evans Bush, een zuster.
Zie Understanding and Coping with a Frightening Near-Death
Experience
[ http://www.iands.org/scary.html#talkto
].
De pharmalogische verklaring?
Sommigen beweren dat BDE’s veroorzaakt worden door
drugs die toegediend worden aan de patiënt gedurende
een crisis situatie. Drugs zoals ketamine en morfine worden
genoemd. Moody onderzocht deze hypothese en verwierp hem
(Moody 1975: 160-161). Dit kwam doordat veel patiënten
die een BDE hadden geen drugs toegediend kregen, en omdat
visioenen die door drugs werden veroorzaakt aanmerkelijk
verschilden van echte NDE’s in de inhoud en de intensiteit
en deze hadden geen lange termijn gevolgen.
Sommige onderzoekers waaronder R.K. Siegel meldden dat
sommige mensen die hallucigene drugs namen zoals LSD, een
soort van BDE ervoeren. Maar we werden geïnformeerd
dat er een duidelijk verschil is tussen het effect van LSD
en een BDE. Moody en anderen hebben dit uitvoerig onderzocht.
Gebrek aan zuurstof?
Er wordt soms beweerd dat een BDE wordt veroorzaakt door
een gebrek aan zuurstof en dat het een “normaal”
gevolg is van stervende hersenen. Maar veel mensen hebben
een BDE gehad voordat er lichamelijke stress was en in sommige
gevallen was er helemaal geen fysieke verwonding (Moody
1975: 163) Sabom, merkte op, consistent aan Dr Fenwick,
dat in echte gevallen van verstikking er een progressieve
vertroebeling en verwarring is van cognitieve vaardigheden,
welke in direct contrast staat met de helderheid en groeiende
bewustzijn dat wordt gemeld bij een BDE (Sabom 1980:176).
Er zijn al verschillende pogingen gedaan om BDE’s
af te doen als een “wens-vervulling”—dus
dat je datgene ziet wat je cultureel geconditioneerd bent
te verwachten. Maar Ring (1984) Sabom (1982) en Grosso (1981)
hebben allemaal geconstateerd dat er geen link is, geen
correlatie tussen religieuze overtuigingen en de BDE.
Andere psychologen zoals Uri Lowental (1981) zeggen, zonder
ook maar één bewijs te hebben, dat BDE’s
een herbeleving zijn van de ervaring van het “geboren
worden”. Hun hypotheses worden meestal beschouwd als
speculatie.
Psychologen Kletti en Noyes (1981) beweerden dat BDE’s
staan voor “een depersonalificatie en plezierige fantasieën
welke een vorm van geestelijkebescherming bieden tegen de
bedreiging van vernietiging”. Maar deze verklaring
werd ook weerlegd door Gabbard en Twemlow (1981) die uitwezen
dat depersonalificatie normaal gesproken voor kan komen
in de leeftijd van 15-30 jaar en praktisch nooit voorkomt
bij mensen die over de 40 zijn.
Anderen hebben voorgesteld dat BDE’s een vorm zijn
van ‘autoscopische hallucinatie’—een zeldzame
psychiatrische aandoening. Maar zowel Sabom (1982) als Gabbard
en Twemlow (1981) vonden die niet waarschijnlijk op basis
van een aantal zeer grote verschillen.
Neurofysiologische verklaringen?
Moody heeft nagedacht over de gelijkenis tussen de levensbeschouwing
gedurende een BDE en de flashbacks die mensen hadden met
neurologische aandoeningen. Hij concludeerde dat beide essentieel
verschillend waren, omdat bij flashbacks dingen werden herinnerd
die willekeurig waren of er niet toe deden, en tijdens de
levensbeschouwing in een BDE kwamen alle gebeurtenissen
in chronologische volgorde en het waren de hoogtepunten
van het leven.
Deze werden allemaal tegelijk gezien en gaven een eenheidvormende
visie welke de persoon in kwestie inzicht gaf in het doel
van zijn leven. (Moody 1975:166)
Het stervende brein?
Dr Peter Fenwick is een lid van de Royal College of Psychiatrists
en een neuropsycholoog met een internationale reputatie—een
specialist in de samenwerking tussen geest en hersenen en
het probleem van bewustzijn. Hij is de meest vooraanstaande
man op medisch gebied op het terrein van de BDE en hij is
ook president van de International Association for the Near-Death
Studies.
Met zijn vrouw Elisabeth, ook een getrainde professionele
wetenschapper maakte Dr Peter Fenwick een diepgaand onderzoek
naar het argument van sceptici en materialisten dat de BDE
veroorzaakt wordt door de fysiologische effecten van een
stervend brein (Fenwick 1996).
Het argument van psychologen tegen de BDE moet bekeken
worden tegen de achtergrond van hun zeer beperkte kennis
van het functioneren van het
brein/hersenen. Psychologen hebben niet de nodige diepgaande
academische en praktische opleiding die neuropsychologen
zoals Dr Peter Fenwick wel hebben om zo op een professionele
manier de fysiologie van de BDE te evalueren. De professionele
opleiding voor psychologen bevat maar een klein stukje fysiologie.
Een kijkje in de standaard studieboeken in Universiteits
Psychologie laat zien dat de studie naar de hersenfuncties
maar 5% is van het gehele aanbod in de psychologie. Psychologen
in opleiding hoeven geen operaties te doen, laat staan ingrepen
op het gebied van hersenchirurgie.
Natuurlijk, iemand in de positie van Dr Fenwick heeft alle
technische kennis in huis om accuraat te bepalen of een
BDE verklaard kan worden als de gevolgenvan een stervend
brein. Dr Fenwick verklaard dat deze psychologen absolute
onzin schrijven als ze buiten hun vakgebieden komen en dus
buiten hun technische expertise, kennis die ze niet hebben,
niet begrijpen en welke buiten hun dagelijkse werk staat.
Hij maakt het af met de sceptici:
Ze hebben gewoon niet de kennis…Er wordt zoveel onzin
verteld over BDE’s door mensen die deze dingen niet
dagelijks meemaken. Dus ben ik er absoluut zeker van dat
zulke ervaringen niet veroorzaakt worden door gebrek aan
zuurstof, endorfine, of iets dergelijks. En geen van deze
kunnen de transcendente kwaliteit van veel van deze ervaringen,
het feit deze mensen een oneindig groot verlies voelen wanneer
ze hen achter laten (Ferwick 1995:47)
Als adviseur neuro-psychiater werkt hij constant met mensen
die in de war zijn, gedesoriënteerd en hersenschade
hebben en zoals Dr Farwick zegt:
Het is duidelijk dat elke desoriëntatie in de hersenfunctie
leidt tot desoriëntatie van de waarneming en een verminderd
geheugen. Je kunt normaal gesproken geen zeer goed gestructureerde
en duidelijk herinnerde ervaringen van een zeer beschadigd
of gedesoriënteerd brein krijgen.
Hij verwerpt het endorfine argument op dezelfde
manier:
En over die endorfine, we blazen de effecten veel te veel
op de hele tijd, want duizenden mensen krijgen elke dag
morfine. Dat resulteert zeker in kalmheid, maar het produceert
geen gestructureerde ervaringen (Fenwick 1995:47)
Bevooroordeelde sceptici worden de volgende vragen voorgelegd:
• Als de BDE het effect is van een stervend brein
zou het moeten gebeuren bij iedereen die dood gaat of stervende
is. Waarom is het zo dat niet iedereen die dichtbij de dood
komt een BDE krijgt?
• Als de BDE een wensvervulling is, waarom is dan
niet iedere BDE positief? Waarom zijn sommige ervaringen
neutraal en/of gruwelijk negatief zoals gedocumenteerd door
Phyllis Atwater (1994).
• Als de BDE veroorzaakt zou zijn door endorfine,
welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om te laten zien
dat de afgifte van endorfine altijd een levensbeschouwing
produceert op een ordelijke manier?
• Welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om aan
te tonen dat de afgifte van endorfine zorgt voor een verlies
van begrip van tijd en de relatie tot het “zelf”?
• Waarom is het zo dat bijna iedereen die een BDE
heeft gehad, een permanente transformatie ondergaan welke
consistent is met spirituele verfijning, een verfijndere
manier van leven.
• Waarom is het zo dat de meeste mensen hun nieuw
gevonden intrinsieke motivatie relateren aan de krachtige
ervaring die ze hadden toen ze buiten hun lichaam waren.
• Welk objectief bewijs wordt er gepresenteerd om
te laten zien dat het begrijpen van het limbische systeem
en de temporaal kwab de gevoelens van bekendheid, inzicht
en deja vu kan verklaren alsmede de statistisch toegenomen
paranormale ervaringen die volgen na de BDE?
• Hoe kunnen de sceptici de ongelofelijke overeenkomsten
verklaren tussen de Bijna Dood Ervaring en de Buiten Lichamelijke
Ervaring?
Fysieke verklaringen zijn niet voldoende
Elisabeth Fenwick, medeschrijver van het boek “The
truth in the Light—An investigation of over 300 Near-Death-Experiences”
(1996) begon haar onderzoek met de gedachte dat deze verschijnselen
in wetenschappelijke termen konden worden verklaard, maar
na onderzoek concludeerde ze:
Ondanks het feit dat je in staat bent om wetenschappelijke
redenen te vinden voor stukjes van de Bijna-Dood-Ervaring,
kan ik geen afdoende verklaring geven voor het hele verschijnsel.
Je moet het verklaren als een geheel en de sceptici….hebben
dat simpelweg niet kunnen doen. Geen enkele van de puur
fysieke verklaringen is ok. Sceptici onderschatten de omvang
waarmee Bijna-Dood-Ervaringen niet zomaar een aantal willekeurige
dingen zijn die gebeuren, maar zeer georganiseerde en gedetailleerde
gebeurtenissen.
Deze standpunten worden ondersteund door een studie naar
BDE’s in Nederland door cardioloog Dr William van
Lommel en zijn team die al 345 zaken bestudeerd hebben die
gestorven zouden zijn zonder reanimatie. Tien procent herinnerde
een BDE, en een verdere acht procent had een minder uitgesproken
ervaring.
Deze patiënten werden vergeleken met een controlegroep
die identiek waren termen van hoe erg de ziektes waren,
maar die geen BDE hadden gehad. Volgens Dr van Lommel (1995):
Onze beste vondst was dat de BDE geen fysieke of medische
achtergrond heeft. Want, alle patiënten hadden zuurstoftekort,
ze kregen allemaal morfineachtige medicijnen, ze hadden
allemaal zeer veel stress, dus dit zijn simpelweg niet de
redenen dat 18% een BDE had en 82% niet. Als ze getriggered
zouden worden door één van deze dingen, zou
iedereen een BDE moeten hebben (Van Lommel 1995)
Zo ook Yvonne Kason, een Canadese psychiater, kwam er
achter in haar praktijk dat mensen die niet bijna stierven
BDE’s rapporteerden; hieronder waren mensen die dachten
dat ze bijna dood gingen en mensen die mediteerden (Kason
1994:73).
Zonder twijfel is de BDE samen met de BLE en ander objectief
bewijs dat wordt gepresenteerd in dit werk, een zeer krachtig
argument voor het leven na de dood.
<<
Previous Chapter : Book
Index : Next Chapter>>
|