VICTOR J ZAMMIT
A Lawyer Presents the Case for the Afterlife
.

.

The Book

<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter >>

13. Moderne mediums die sceptici versteld deden staan

'Edison en ik zijn ervan overtuigd dat in het vakgebied van paranormaal onderzoek er nog te ontdekken feiten zijn die van groter belang zullen zijn voor de mensheid dan alle uitvindingen die ooit zijn gedaan op het gebied van elektriciteit'
Dr Miller Hutchinson, Edison's close associate

Een van de bekendste hedendaagse Amerikaanse mediums is George Anderson. Hij is uitgebreid onderzocht door de New York Radio en TV presentator Joel Martin zei toen hij in 1980 Anderson ontmoette:

Ik had nooit een mening over het paranormale tenzij je nepmediums blootstellen aan de buitenwereld een mening noemt (Martin J. and Romanowski P. 1988:1).

Martin heeft veel zogenaamde helderzienden en new-agers geïnterviewd in zijn populaire programma's. Hij beweerde dat hij de bekende Amityville Horror als een paranormale grap heeft bewezen en toen hem verteld werd over George Anderson was zijn commentaar "Ik zal binnen een minuut bewijzen dat hij nep is".

Maar toen George Anderson hem een korte reading gaf was hij geschokt:

George was accuraat over alles. Hij generaliseerde niet, en er was geen dubbelzinnigheid. Hij wist dingen-namen, details, gebeurtenissen, meningen, zelfs gebaren---die niemand anders kon weten. Hoe deed hij dat?.....'Ik ging de reading talloze keren na in m'n hoofd, zoekend in mijn geheugen naar bewijs voor trucage. George had in een volledig verlichte kamer gewerkt, hij ging niet in trance en deed zo gewoontjes over alles….I moest toegeven dat er iets aan de hand was. Het ging tegen alles in wat ik altijd geleerd had over wetenschap, religie, en de aard van het leven zelf'. (Martin J. and Romanowski P. 1988: 64).

Martin ging meteen naar zijn collega waarmee hij al lang samenwerkte, Stephan Kaplan, een parapsycholoog van internationale bekendheid. Deze benaderde het onderwerp paranormaal, zo schrijft Martin, met meer scepticisme dan iedereen die hij ooit had ontmoet.

Kaplan verzekerde hem dat ondanks het feit dat hij wel geloofde in het bestaan van mediumschap, en dat er een aantal hoogbegaafde mediums in de 20e eeuw waren geweest waaronder Edgar Cayce, Arthur Ford en de Braziliaanse Arigo-de meerderheid die hij was tegengekomen nep waren of goochelaars die niet in staat waren om positief bewijs te presenteren in publieke testen.

Martin regelde dat zijn vriend anoniem kon bellen met Anderson, vanuit een verre stad. Terwijl hij niets anders hoorde dan de stem van Kaplan die "hallo" zei, was George in staat om hem informatie te geven die zowel Kaplan als Martin later beschreven als wonderbaarlijk. 'Ik zou zeggen dat hij echt is' concludeerde Kaplan natijd terwijl hij Martin aanmoedigde om meer testen te doen. (Martin J. and Romanowski P. 1988: 69).

Live readings op radio en televisie

Gedurende de volgende zeven jaar regelde Martin dat Anderson live in zijn programma's kon komen om duizenden readings te doen voor volledige vreemden die belden waarbij ze zich niet identificeerden bij het station of bij de presentator. Na de readings zochten onderzoekers uit hoe accuraat George was geweest bij de bellers. Zijn conclusie?

George Anderson had een gedocumenteerde juistheid van tussen de 86 en 95 procent. Terwijl hij tegen volledige vreemden sprak demonstreerde hij keer op keer zijn kunnen om namen te geven, details van hoe een geliefde was gestorven, persoonlijke bijnamen, toespelingen over gedeelde ervaringen, accurate voorspellingen voor de toekomst, details over gezondheidsproblemen enz. En veel van de onjuistheden kunnen worden verklaard doordat deze gebeurtenissen in de toekomst plaatsvinden en nog niet zijn gebeurd, of dat de persoon het zelf nog niet wist op dat moment, of dat de persoon te beschaamd was om de details toe te geven zoals een buitenechtelijke relatie of een abortus enz.

Martin testte Anderson op consistentie door zeven leden van de familie van een jonge jongen die was overleden in een auto-ongeluk anoniem contact te laten zoeken in vier gevallen. Anderson was in staat om accuraat te bevestigen en dezelfde informatie te herhalen die eerder gegeven was, om het familielid dat aanwezig was te identificeren.

Testen sluiten telepathie uit

Latere testen die met behulp van een computerspecialist waren ontworpen om te detecteren of George Anderson een hoog gehalte telepathie of precognitieve vaardigheden bezat lieten zien dat hij niet beter was dan gemiddeld en hiermee werd dus de mogelijkheid dat hij d.m.v. telepathie de readings deed uitgesloten.

In één test die live op de radio uitgezonden werd berekende een psycholoog dat de kans dat George twee feiten kon bepalen over elk van de dertien geesten-hun leeftijd en de relatie tot de beller-1 op 6,044 waren. Maar in veel gevallen was Anderson in staat om 11 of 12 feiten te geven met 90% nauwkeurigheid (Martin J. and Romanowski P. 1988: 146).

George Anderson is de laatste in een lange lijn van begaafde mediums die bereid waren om samen te werken met de wetenschap en om elke scepticus uit te dagen. Joel Martin daagde de hardnekkige en onredelijke sceptici constant uit om Anderson te testen. Alles wat hij vroeg was dat ze een onbevooroordeelde sceptische instelling meenamen, en dat ze op de show kwamen om hun bevindingen te bespreken-voor of tegen-publiekelijk (Martin J. and Romanowski P. 1988:109). Hij schrijft over de het feit dat de sceptici niet in staat waren om het bewijs dat geproduceerd werd door Anderson te weerleggen het volgende:

Sinds de eerste keer dat George verscheen in mijn radioprogramma in 1980 hebben veel mensen die zijn authenticiteit in twijfel willen trekken contact met mij opgenomen. Van diegenen die onze uitnodiging accepteerden om publiekelijk te verschijnen met George is niemand in staat geweest om te verklaren of te hypothetiseren hoe George aan de inhoud van zijn boodschappen kon komen op een andere manier dan door communicatie met geesten (Martin J. and Romanowski P. 1988: 11).


De sceptici en de niet-gelovers hebben hun best gedaan om George Anderson te negeren, door net te doen of hij niet bestaat.

Mijn personeel werd eens gecontacteerd door één van de grootste niet-gelovigen van het land die ook toevallig een illusionist is….We waren alleen maar verheugd om hem in de show te ontvangen met George, maar om onbekende redenen kwam hij nooit (Martin J. and Romanowski P. 1988: 107).

Tijdens een ander voorval werd Martin gecontacteerd door een woeste Dr Abrams, een psychiater met een mentale gezondheidsagentschap van de staat. Hij eiste dat we vertelden of George Anderson nep was. Toen Martin hem uitnodigde om zelf onderzoek te doen kwamen ze overeen dat Abrams zijn eigen testen zou afnemen en dat hij daarna live tijdens de uitzending kwam vertellen of hij vond dat Anderson echt was. Een aantal maanden later kwam Abrams bij George voor een reading, hij droeg vieze kleding, was ongeschoren en rook naar alcohol. Anderson identificeerde hem snel als een professional en vertelde hem dat hij een beeld van Sigmund Freud boven zijn hoofd zag. Abrams belde Joel Martin terug om te bevestigen wat er was gebeurd alsook de echtheid van de gaven van George Anderson.

Maar…toen hij werd gebeld om zijn belofte te na te komen en om zijn bevindingen op de radio te vertellen zei hij:

Ik weet niet of ik dat gedeelte van mijn belofte aan jou kan nakomen, ondanks het feit dat ik geloof in de gaven van George....Om eerlijk te zijn Mr Martin, ik ben bang dat mijn collega's het nooit zullen begrijpen en accepteren als ik hierover publiekelijk zou spreken. Het spijt me echt (Martin J. and Romanowski P. 1988: 110).

George Anderson was één van de mediums die recentelijk nog is getest tijdens de Arizona Universiteits Studie(zie hoofdstuk 8). Je kunt de rouw steun website van Anderson vinden op [http://www.georgeanderson.com/].

John Edward

Een ander hedendaags medium die zichzelf bewees tijdens de studie van de Arizona Universiteit was John Edward. Hij verscheen 5 keer per week als host van "Crossing Over" een programma van de Sci Fi Channel. De kijkcijfers stegen met 33% gedurende de looptijd van de serie met een dagelijks gemiddelde van 533.000 huishoudens. Het programma trekt ook meer vrouwelijke kijkers naar de traditiegetrouw veelal mannelijke kijkers. Terwijl vrouwen normaal gesproken zo'n 45% van het kijkerspubliek uitmaken, bestaan de kijkers van "Crossing Over" uit 60% vrouwen (Brown 2001).

De populariteit van Crossing Over en de bijbehorende media-aandacht van de entertainment kant en de nieuwsmedia hebben het boek van Edward getiteld "One last time" tot een nationale bestseller gemaakt.

John Edward is een controversieel medium wiens constante succes op televisie een vulkanische eruptie veroorzaakte in de Verenigde Staten onder de bevooroordeelde materialistische sceptici. Er zijn andere begaafde mediums die hetzelfde doen als Edward, maar hij doet het op televisie en natuurlijk genoeg trekt hij daardoor meer kritiek aan.


Rosemary Altea

Een andere internationale medium van hoge standaard is de Engelse Rosemary Altea [http://www.rosemaryaltea.com]. In juni 2001 verscheen ze live op de Larry King show met een beruchte scepticus. Voor een rapport van wat er gebeurde op de Larry King show live zie het artikel over de Larry King show op mijn website [http://www.victorzammit.com/skeptics/larryking.html].





<< Previous Chapter : Book Index : Next Chapter >>

.

Copyright © 2001 Victor